KASK Drama | school of arts HOGENT & Howest

(English translation)

In KASK Drama leren studenten een persoonlijke artistieke praktijk ontwikkelen die gedreven wordt door nieuwsgierigheid en een duurzame onderzoeksattitude. Het programma moedigt de studenten aan om zich zowel praktisch als discursief te verhouden tot de actuele ontwikkelingen in de podiumkunsten maar ook om te experimenteren en op zoek te gaan naar nieuwe artistieke inhouden en (meng)vormen. Samenwerkingen en kruisbestuivingen met andere kunstdisciplines binnen de School of Arts worden dan ook sterk aangemoedigd. De opleiding plukt dan ook de vruchten van haar inbedding in een brede multidisciplinaire kunstschool.

KASK Drama zet in op het vormen en begeleiden van ‘autonome dramakunstenaars’ (eerder dan op bijvoorbeeld uitvoerende spelers). Studenten hoeven bij aanvang van de opleiding nog niet te bepalen welke vormen van theater ze willen bespelen of welke functies ze binnen voorstellingen en/of creatieprocessen zullen vervullen. Er wordt niet gefocust op een gespecialiseerde finaliteit. Er zijn geen afgelijnde afstudeerrichtingen. Studenten verkennen daarentegen eerst verschillende aspecten van het theater, experimenteren met uiteenlopende artistieke vormen en functies, zodat ze gaandeweg hun eigen persoonlijke (en in vele gevallen hybride) praktijk als theatermaker, speler, schrijver, performer, regisseur, etc. kunnen bepalen.

Het programma combineert intensieve spel- en maaktrainingen op de vloer, met theoretische lessen en artistieke coaching die moeten leiden tot de ontwikkeling van een autonome kunstpraktijk. Dagelijkse speltraining vormen de hoeksteen van de eerste twee jaar van het bachelorprogramma. Via deze trainingen waar uiteenlopende vormen van spelen aan bod komen (van fysieke training tot het uitvoeren van complexe dramateksten), verwerven studenten de nodige basiscompetenties. Maar belangrijker nog: het biedt studenten een omgeving waarbinnen ze zonder reserves, individueel en in groep, een persoonlijk onderzoek kunnen voeren. Gaandeweg verwerven ze het nodige vertrouwen, lichaamsbewustzijn en inzicht in het eigen kunnen. Grenzen worden verlegd. Het delen van intense ervaringen smeedt sterke onderlinge banden. Experimenteren en mogen falen zijn essentieel in dit proces. Het accent ligt steeds op leren door ervaring. Het werk op de vloer wordt ondersteund door stem-, spreek- en conditietraining (met methodes als yoga en Alexandertechniek), een gedegen theoretische programma (filosofie, psychologie, theatergeschiedenis, literatuur, tekst- en voorstellingsanalyse) en het opleidingsonderdeel ‘Onderzoek en reflectie’ dat de brug maakt tussen praktijk en theorie.

Doorheen de opleiding maken studenten ook eigen werk. Tijdens de eerste twee bachelorjaren proeven ze van het maken via korte eigen projecten gepresenteerd voor een intern publiek van medestudenten en docenten. Vanaf het derde jaar verschuift het programma van procesgericht naar resultaatgericht wat moet uitmonden in het autonoom uitwerken van een artistiek onderzoeksproject in de master. De derde bachelor is een scharnierjaar in de overgang van training naar projectmatig werken: verschillende kunstenaars met uiteenlopende signatuur en achtergrond - theatermakers, acteurs, choreografen, dansers, performancekunstenaars -  worden uitgenodigd om een dramaproject te begeleiden. Studenten kiezen twee of drie projecten om zich in onder te dompelen en toetsen ze hun zich ontwikkelende artistieke identiteit in de praktijk af. Daarnaast creëren ze een eigen project, solo of in samenwerking, onder begeleiding van een team van coaches. Derdejaarsprojecten worden publiek getoond. In de master ontwikkelen de studenten voor hun afstudeerproject hun eigen onderzoeksvragen en -traject waarbij ze begeleid worden door twee artistieke en een theoretische mentor. In masterclasses gedoceerd door gevestigde kunstenaars worden bijkomende onderzoeks- en maakinstrumenten aangereikt die dit traject ondersteunen.

Naast de training en de artistieke projecten, focussen verschillende opleidingsonderdelen op de kritische reflectie zowel verbaal als in tekst. Studenten leren nadenken en communieren over het eigen werk, de persoonlijke ervaringen, het (podium)kunstenlandschap en de maatschappelijke context waarin die zich situeren. Tijdens de derde bachelor kunnen de studenten hun specifieke interesses verder aanscherpen via de Minor (i.e. een cluster vakken uit andere disciplines van de School of Arts zoals fotografie, installatie, grafische kunst, etc.). De vaardigheden die in de bachelor verworven werden, worden uitgediept tijdens de master waar het verweven van theorie en praktijk cruciaal is. Theoretische seminaries, een stage in het professionele werkveld, het schrijven van een scriptie, excursies, ontmoetingen met kunstenaars en mentors doen de artistieke en kritische  persoonlijkheid van de student verder tot wasdom komen. Er worden bruggen gebouwd tussen de school en het professionele veld waar de ‘master in het drama’ uiteindelijk als een onafhankelijke jonge kunstenaar een vorm van dramatische kunst zal ontwikkelen die vragen oproept maar ook naar antwoorden zoekt, die kritisch reflecteert over de wereld maar ook speculeert op nieuwe mogelijkheden en betekenissen en innovatieve manieren ontwerpt om zich als kunstenaar in een complexe wereld te positioneren.

Meer info: www.schoolofartsgent.be http://www.schoolofartsgent.be/en